Zoeken
  • Askin Alci

Mogen we alles zeggen op facebook?

In het digitale tijdperk zijn blogs en sociale netwerken plaatsen van grote meningsvrijheid. Dit wil niet zeggen dat je er om het even wat op om het even welke manier mag plaatsen… Dit is wat een ontevreden klant door schade en schande heeft geleerd nadat hij een filmpje publiceerde op Facebook. Hij postte en video van een portie frieten met een voedsellarve die hij had gekocht bij de drive-in van een fastfoodrestaurant. Het filmpje werd vergezeld van negatieve commentaar.

De rechtbank van eerste aanleg van Luik oordeelde in een arrest van 27.11.2018 dat deze klant niet handelde als een normale bedachtzame gebruiker van een sociaal netwerk en dat hij de kwaliteit van deze fastfoodketen in diskrediet heeft gebracht en hun eer en reputatie heeft aangetast. Bijgevolg diende hij 1 000 EUR morele schade te betalen.


In dit artikel nemen wij de omstandigheden van deze zaak onder de loep samen met de rechtsbeginselen die op dit gebied van toepassing zijn.


Over welke rechtsbeginselen gaat het?


Artikel 19 van onze Grondwet waarborgt de vrijheid van meningsuiting net zoals artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Hierdoor hebben wij de mogelijkheid onze mening te uiten in alle mogelijke aangelegenheden.

Maar hoe fundamenteel ook, deze vrijheid is niet zonder grenzen.


Iedereen die een fout begaat in de uitoefening van deze vrijheid is verplicht de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden op basis van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek.


De grondwettelijke waarborgen van de vrijheid van meningsuiting botsen niet met de toepassing van de in artikel1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde regels inzake burgerlijke aansprakelijkheid. Zij kunnen worden beschouwd als een legitieme beperking van de vrijheid van meningsuiting in de zin van artikel 10, lid 2, EVRM.

In die zin oordeelde de rechtbank van eerste aanleg van Luik soeverein dat de ontevreden klant een beoordelingsfout maakte en dat hij zich niet behoedzaam heeft gedragen zoals het betaamt wanneer men gebruik maakt van sociale netwerken.

Wat is er gebeurd?


De klant beweerde een levende made te hebben gevonden in het pakje frieten dat van het fastfoodrestaurant afkomstig zou zijn. Het voedsel zou in de drive-in aan het kind van de klant in de auto aangegeven zijn en vervolgens aan de huiskamertafel opgegeten zijn. Hij publiceerde daaropvolgend een filmpje op Facebook waarop de larve te zien was in het pakje frieten. Dit met het logo van het restaurant duidelijk in beeld. De kritiek die bij het filmpje geschreven werd vermeldde ook zeer duidelijk de naam van het fastfoodrestaurant.


Hij becommentarieerde zijn filmpje als volgt: “Ontdekt door mijn dochter in haar pakje frieten, deze zondag 12/3 om 19.40 uur en niet het eerste voedselschandaal in deze zaak, denk aan het beschimmelde brood.... Deel zoveel als je kunt!”.


Op 14 maart 2017 verspreidde een lokale krant deze publicatie en vermeldde: “Op het moment van schrijven heeft de publicatie al bijna 132.000 views ontvangen en is ze meer dan 5.300 keer gedeeld”.


Het filmpje werd op 14 maart 2017 van de Facebookpagina verwijderd.


Door op de Facebookpagina een filmpje te publiceren met onbewezen informatie en misprijzende commentaar én door het delen van de video aan te moedigen, stelt de fastfoodfirma dat zij hierdoor een omzetverlies van zo’n 10 000 EUR leden.


Op 15 maart 2017 voerde het FAVV een inspectie uit in de horecazaak met als opdracht: “klachten over een ‘made’ in Franse frietjes op 12 maart 2017.” De instelling behield een gunstige beoordeling met de conclusie: “de categorie waarin deze worm kan vallen, kan niet worden bepaald op basis van de filmopname. Er zijn geen bevindingen gedaan in de inrichting die de besmetting ervan kunnen ondersteunen. Het voedsel werd bij de koper thuis, buitenshuis, geconsumeerd. Het is mogelijk dat het dier van een boom is gevallen of door de wind is meegenomen. Opgemerkt moet worden dat de klachten niet door de koper zijn ingediend, maar door mensen die de film hebben bekeken”.


Het fastfoodbedrijf heeft deze klant daarom aangeklaagd met het argument dat zij schade hadden geleden door de fout van de klant.


Na ontvangst van de dagvaarding postte deze klant opnieuw het volgende bericht op Facebook: “Dank u allen, u bent allen uitgenodigd om mij te steunen op 6 september om 9.00 uur bij de rechtbank van eerste aanleg van Luik (Openbare hoorzitting!) Rue de Bruxelles 2/003 in Luik, ik vraag u om allemaal met een tas of doos vol met larven te komen. Dank u wel.”


Na deze feitelijke context in herinnering te hebben gebracht, wees het Hof erop dat deze klant het passend had geacht om zijn mening, die niet objectief was en door het restaurant werd betwist, onmiddellijk op Facebook te plaatsen zodra de voedsellarven werden ontdekt, zonder zelfs maar contact op te nemen met deze laatste en zonder zelfs maar de elementaire controles, zoals bijvoorbeeld een larvenanalyse, uit te voeren.


De rechtbank oordeelde derhalve dat door dit filmpje te publiceren, ongecontroleerde voedselbesmetting toe te schrijven aan deze fastfoodketen en het delen van deze publicatie te stimuleren, de klant de kwaliteit van de diensten van de fastfoodketen in diskrediet had gebracht en zijn eer en reputatie had beschadigd.

De conclusie is onverbiddelijk


Deze klant heeft niet gehandeld als een behoedzaam gebruiker van sociale netwerken, waardoor hij veroordeeld werd tot het betalen van een bedrag van 1 000 EUR schadevergoeding. Daarbij kwam nog de procedurevergoeding van 480 EUR en de dagvaardingskosten van 324,18 EUR.

De impulsiviteit en het gebrek aan nuancering van deze klant heeft hem minstens 1 800 EUR gekost. Volgens onze informatie heeft deze cliënt de uitspraak aanvaard en is hij niet in beroep gegaan.

Vrijheid van meningsuiting is een fundamentele waarde van onze democratische samenleving maar is niet absoluut en onbeperkt. Het uiten van een mening, ja, maar niet om het even wat en ten koste van anderen.

Daarom is voorzichtigheid en matiging geboden bij het plaatsen van commentaren op Facebook, wat die ook mogen zijn.

Laat ons niet vergeten dat deze cliënt ook verder vervolgd had kunnen worden in strafzaken voor laster en eerroof.


Bron: https://blog.das.be/nl/article/d-a-s-legal-advisors-geven-raad-mogen-we-alles-zeggen-op-facebook

52 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven